Vrijdagochtend 27 maart heb ik met Sydney's courses meegelopen. We begonnen om 8.30 met een de klas Tourism Policy & Planning. De lessen lopen hier ten einde, dus veel eindpresentaties. De klas begon daar ook mee. Opdracht in de course is dat studenten drie planning strategieen van 3 verschillende landen met elkaar moeten vergelijken en beargumenteren welke volgens hen de beste is. Voor deze methode gebruiken ze een model, besproken in de klas maar zoals Sydney ook al tegen mij zei 'het is maar een model en er zijn natuurlijk vele invalshoeken'.
De opdracht en presentaties waren erg recht-toe recht-aan en ik miste erg de interculturele component. Ik had de indruk dat het model erg westers is en de eerste student had de planning strategieen van Nigeria, Botswana en Tanzania met elkaar vergeleken. In mijn ogen mis je dan echt het component 'lokale context', maar goed. Wat ik erg waardeer in deze aanpak is dat studenten eerst wederom moeten onderzoeken. Wij vragen eigenljk altijd van ze het meteen te schrijven en ik zie de meerwaarde in het feit dat ze eerst eens drie plannen lezen en daar beargumenteerd vanuit de literatuur een mening over vormen. Een aantal keer kwam ter sprake dat plannen zo ontzettend lang waren. Lijkt me ook goed voor onze Duitse studenten om eens te beseffen dat hoe langer het plan is, het niets zegt over de kwaliteit ervan!!
Vervolgens had Sydney tijd om 2 slides van een college, die ze vorige week al gestart was, te behandelen en toe kwam de gastspreker: Ruth Marr. Erg interessant. Zij heeft lang een cycling company gehad die met name voor de Amerikaanse markt fiets tours en vakanties in Frankrijk, maar ook Nederland organiseerde. In die tijd ontdekten ze de self-directing wijze van organiseren van zulke vakanties. Dat vond ik wel grappig om te horen, dat dat echt nieuw was voor de Amerikaanse markt. Ook zei ze tegen mij dat de Amerikanen totaal andere behoeftes en cycling needs hebben dan de Europeanen. Helaas zijn we er niet meer aan toegekomen om daar verder over door te praten, maar wellicht dat ik haar nog wel mail. Verder is Ruth de auteur van "green your business" een toolkit voor tourism operators (SME's) aangaande sustainability. Er ontstond wel een interesssant discussie in de klas over wanneer je nu wel en niet sustainable bent en de studenten sloten bijvoorbaat sommige businesses al uit (zoals een helicopter tour). Ruth had daar een interessant perspectief op. Ze zei dat het nooit te labelen is en er altijd weer nieuwe doelen voor de toekomst tav sustainibility zijn. Ook een keurmerk of iets dergelijks zegt volgens haar weinig. Het houdt de schijn op dat iets behaald is en dat zal met sustainbility issues nooit zo zijn. Zij gelooft meer in heldere transparante communicatie in wat bedrijven doen en wat de consument daarin kan doen. Ook gelooft ze niet in het uitsluiten van partijen (er is blijkbaar een behoefte aan het product dat ze aanbieden), maar altijd de dialoog open te houden. Helaas was er weinig tijd om verder te discussieren, maar het was leuk en interessant om te zien en horen hoe de studenten over dit vraag stuk denken en wat zij als professional daar van vindt.
Vervolgens ben ik met Sydney's tweede klas naar de Water Plant geweest. Volgens mij is deze Plant nu 5 jaar in Kamloops en is befaamd om zijn sustainability. Dat is wel een woord dat in BC 'hot' is. Ook de rol van water en watervoorziening is natuurlijk hier anders. Omdat het zo'n uitgestrekt land is en de dichtheid klein, hangt het er maar net vanaf wat de water toevoer is. Ik heb tapwater gedronken dat aangesloten was op een put, op een creek en hier komt mijn water in Kamloops dus vandaan. Ze pompen het water uit de Thompson River en echt alles wordt gerecycled. De troep die uit het water wordt gefilterd, wordt uiteindelijk gebruikt als grondstof in het maken van stenen of cement. Ook blijkt in het gebouw allerlei sustainable vernuftigheden te zitten, naar daar kon onze tour guide niet echt veel over vertellen. Al met al een interessante ochtend over tourism en sustainability!
